Genen

Hoogsensitiviteit is een aangeboren temperament. Het is gedeeltelijk genetisch bepaald. Ongeveer 50% van de verschillen in gevoeligheid tussen mensen kan worden verklaard door genetische factoren, terwijl de resterende 50% wordt verklaard door omgevingsinvloeden.

Opvoeding

Iemand die hoogsensitief is heeft een hogere sensorische verwerkingsgevoeligheid (SPS) dan iemand die niet hoogsensitief is. Dat betekent dat je sterker wordt beïnvloed door wat je ervaart. Zowel in negatieve als in positieve zin.
Opvoeding en levensgebeurtenissen spelen daardoor een grote rol in hoe je hoogsensitiviteit bij jezelf waardeert.
Heb je een moeilijke jeugd gehad doordat je niet ondersteund werd door ouders of school dan is het lastig om jouw hoogsensitiviteit te accepteren, laat staan dat je het ziet als een mooie eigenschap waar je veel voordeel van hebt.

Bestaat er een hoogsensitiviteitsgen?

Je kunt niet één hoogsensitiviteitsgen aanwijzen. Meerdere genen spelen waarschijnlijk een rol. Uit verschillende onderzoeken blijkt echter dat het gen 5-HTTLPR van invloed is op sensorische verwerkingsgevoeligheid.(SPS) Het gen speelt een rol bij het vervoer van serotinine. Een neurotransmitter die invloed heeft op onder andere het geheugen, pijnbeleving, denken, sociaal gedrag en emoties.

Negatieve en positieve omgeving

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat er opvallende overeenkomsten zijn tussen kenmerken van hoogsensitieve mensen en kenmerken van mensen met een korte s/s variant van het 5-HTTLPRgen. Volgens onderzoeker Michael Pluess reageren mensen met dit gen sterker op hun omgeving. Ze zijn gevoeliger voor slechte omstandigheden, maar profiteren daarentegen ook meer van een positieve omstandigheden in vergelijking met mensen die niet hoogsensitief zijn.

“5-HTTLPR-gen
Er zijn verschillende varianten van het 5-HTTLPR-gen, een lange variant (l-allel) en een korte variant (s-allel), waarbij mensen die twee korte varianten in hun DNA hebben, gevoeliger blijken te zijn voor stress, angst en depressie. Mensen met twee lange varianten in hun DNA zijn sneller gelukkig en tevreden. Uit onderzoek blijkt dat HSP’s vaker dan gemiddeld twee korte allelen van het 5-HTTLPR- gen hebben. Dit gen is belangrijk voor het vervoer van de neurotransmitter serotonine in het brein. Serotonine heeft invloed op ons geluksgevoel.”

Meer genen spelen mee

Uit recent onderzoek van Michael Pluess, et al. (2022) blijkt dat er waarschijnlijk meer genen bij betrokken zijn hoe gevoelig we zijn voor onze omgeving. Deze genen hebben te maken met het vervoer en de opname van dopamine. (Esther Bergsma; het hoogsensitieve brein, herziene druk 2023)